Snethlagehuis
Het Hof te Hengelo-Gld., het Snethlage-huis
Het Hof en het richtersambt
Aan de Hofstraat 3 te Hengelo (Gld.) staat het huis het Hof, vroeger door de
dorpsbewoners ook “het Snethlage-huis” genoemd. Wat is de geschiedenis van dit
huis en hoe kwam het aan zijn naam en bijnaam?
Om dat te achterhalen moeten we teruggaan in de geschiedenis. Hengelo is een oud
dorp en al in de 10
e eeuw, en ook later in de Middeleeuwen, werd de “curtis”, het Hof,
van Hengelo vermeld, dat wil zeggen de plaats waar recht werd gesproken. Nu
moeten wij ons daarbij geen rechtbank naar huidige begrippen voorstellen. De richter
(de in Oost-Nederland gebruikte benaming voor de schout) was de voorzitter van het
gericht, maar vonniste niet zelf; dat deden de bijzitters, wel keurgenoten genoemd.
De richter maakte het vonnis bekend en droeg zorg voor de uitvoering.
In de 18
e eeuw was richter te Hengelo Mr. Aäron Exalto d’Almaras (1679-1757). Hij
vervulde het ambt vijftig jaar, van 1702-1752, en zal op het Hof hebben gewoond, al
zal dat wel niet het oorspronkelijke huis zijn geweest. Het huidige Hof is waarschijnlijk
een hofstede die in de 18
e eeuw tot herenhuis is omgebouwd. In ca. 1797 verkoopt
Mej. J.G.A.J. Exalto d’Almaras, waarschijnlijk een (klein)dochter van Aäron, het huis
aan Ds. Samuel Johan Snethlage (waarover hieronder meer) en zijn vrouw, Johanna
Geertruid Plegher. Het zou ca. een eeuw bewoond worden door Snethlages.

De Snethlages te Hengelo (Gld.)
In 1724 wordt Ds. Philip Jacob Snethlage (ca. 1682-1762) predikant te Hengelo. Hij
stond tevoren in Laren (Gld.) en was weduwnaar van Johanna Margaretha
Wagemans. In Hengelo hertrouwt hij in 1727 met Aleida Agneta Exalto d’Almaras,
een dochter van de voornoemde richter. Helaas sterft zij al in 1730. Het huwelijk was
kinderloos en Philip Jacob trouwt in 1731 voor de derde maal, met Maria Beeuw, met
wie hij twee zoons zou krijgen. In 1756 gaat Philip Jacob met emeritaat en wordt dan
opgevolgd door de oudste van deze zoons Samuel Johan (1733-1801). Deze,
getrouwd met Johanna Geertruid Plegher, bleef de Hengelose predikant tot zijn
emeritaat in 1794 en werd op zijn beurt opgevolgd door zijn zoon Rutger Tobias
(1761-1823). Deze zou tot zijn dood in Hengelo in het ambt blijven. Met drie
opeenvolgende generaties vervulden de Snethlages dus gedurende ongeveer een
eeuw het domineesambt in Hengelo.
het Hof anno 2009
Nu was er in Hengelo een oude pastorie, aan de Ruurlose weg, waar al vóór de
Reformatie de pastoors woonden en daarna de predikanten. Deze pastorie was eind
18
e eeuw bouwvallig geworden en lag bovendien een beetje te laag, waardoor er
wateroverlast optrad. Het is aannemelijk dat Ds. Samuel Johan Snethlage daarom
toen hij met emeritaat ging het Hof heeft gekocht en dat zijn zoon Rutger Tobias die
hem opvolgde daar ook met zijn gezin is ingetrokken. In 1822 wordt vermeld dat de
pastorie al 25 jaar niet meer door de predikant bewoond werd en werd een
commissie ingesteld voor de bouw van een nieuwe pastorie. Het zal duidelijk zijn
geweest dat Rutger Tobias niet lang meer in functie zou zijn. En zo werd er na zijn
overlijden in 1824 voor zijn opvolger een nieuwe pastorie gebouwd, ook aan de
Ruurlose weg, maar wat hoger gelegen en iets verder van de dorpskern af.
Rutger Tobias was getrouwd met een nicht, Anna Elisabeth Plegher. Zij bleef na het
overlijden van haar man met haar drie ongetrouwde dochters op het Hof wonen,
allen tot hun dood aan toe. Ook de eveneens ongetrouwde zoon, die rechter in
Zutphen was en daarna raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem, zou daar
overlijden. Als laatste van de Geschwister stierf Hermina Johanna in 1894 op het
Hof en werd het huis door de erfgenamen, de kinderen van haar neef Ds. Rudolph
Abraham Engelbart Snethlage, verkocht. Daarmee kwam een eind aan een periode
van 170 jaar Snethlage in Hengelo, waarvan de laatste ca. 100 jaar op het Hof. Het
eerste leverde een Snethlageweg op, het tweede dat het Hof nog lang als Snethlagehuis
werd aangeduid.
Alles bij elkaar ook een goede reden om Hengelo als vestigingsplaats van de
Stichting Familie Snethlage te kiezen.

Het Hof, bewoners en verbouwingen

Oude vermeldingen
In eerder genoemde middeleeuwse (incidentele) vermeldingen is de curtis, het hof te
Hengelo, een leengoed van de abdij Pantaleon te Keulen. Later komt het ook weer
van tijd tot tijd te voorschijn, zoals in een verpondingskohier van het Graafschap
Zutphen (1643-1651) en in het Archief van de Geldersche Rekenkamer. Dat het
huidige huis tenminste uit de 18
e eeuw dateert, blijkt uit de jaartallen 1767 (met erbij:
Jan Jentink) en 1792 die op een spant te lezen waren en de aanwezigheid van
bekapte en niet gezaagde balken. Zoals gezegd is het waarschijnlijk een oude
hofstede die is omgebouwd tot herenhuis, misschien uit de tijd van Aäron Exalto
d’Almaras. Archiefonderzoek kan wellicht meer informatie opleveren.

Het Hof in de Snethlage-tijd
In de tijd van de Snethlages behoorde veel van het omringende land bij het huis,
zoals land bij “de Enk” (de “Mokkingeng”) en ook veel land aan de overkant van de
Hofstraat, waar bos en heide al vlak tegenover het huis begon.
het Hof anno 2009
plattegrond
Hengelo met
bovenin
het Hof (met
vijver)
luchtaanzicht
Hengelo met midden
onder het Hof met
tuin
(eindigend in
bomengroep)
Daar stond ook een klein boerenhuis waar de tuinman woonde.
In 1970 werd het afgebroken, om plaats te maken
voor nieuwbouw, evenals het achterliggende land.
Uiteindelijk, in de 20e eeuw, zou het Hof helemaal
ingebouwd raken.
Ook de tuin achter het huis die oorspronkelijk doorliep tot het
(oude) raadhuis (eerder een school) werd later ingekort.
Wat betreft de Snethlages wist de Hengelose mevrouw Groot
Jebbink-Abbink nog in 1987 te vertellen dat haar, 103 jaar oud
geworden, tante mevrouw Abbink -Walgemoet, in haar
meisjesjaren diende bij de laatste Snethlage op het Hof,
mej. Hermina Snethlage en dat die
nogal streng was.
huis van de tuinman van het
Hof (er tegenover)
Mej. Hermina
Snethlage en haar
brilletje
Het Heurne,
met
rechtsonder
tuinman
Walgemoet
Zo moest de tuinman al om zes uur beginnen. Dat wist zij, omdat haar vader
tuinman op het Hof was geweest. Later woonde hij op de boerderij het Heurne
Naast het eigenlijke Hof stond een erbij behorende boerenwoning, dwars
aangebouwd tegen het hoofdhuis. Daar waren stal en koetshuis en verbleef
personeel. Er was toen nog geen doorgang binnendoor naar het hoofdhuis. Op een
schoorsteen op het dak van het Hof was een opbouw waarin een klok hing met er
bovenop een windvaan met het Snethlage-wapen. In de jaren 1950 (mogelijk bij zijn
vertrek uit Hengelo in 1956) is de windvaan door burgemeester Van Hoogstraten
geschonken aan Ir. R.A.I. Snethlage te Velp. Hij prijkt nog bij een nazaat.
Windvaan met Snethlage-wapen, links
op het dak van het Hof, rechts bij een
later “Snethlage-huis”
De ovalen vijver achterin de tuin,
die eerder een soort moestuin was, had helder
water, omdat er een beek doorheen liep. Later is
die beek dichtgegooid.
Ook was er een kas.
Eerste tijd na de Snethlages, o.a. de kunstschilder Zandleven
Na de verkoop in 1894 komt het Hof in verschillende handen, terwijl ook
wat land apart werd verkocht. Eerst woonde er een familie Uyttenhove, later werd het
aangekocht door de kruidenier Wansink die het verhuurd, o.a. in 1907 aan de
kunstschilder
Jan Adam Zandleven, die er tot 1912 met zijn gezin woonde en bekend
stond als een echte buitenschilder. De kunstschilder Jan Carbaat woonde
een paar jaar bij de familie Zandleven in, terwijl ook de bekende
kunstkenner Hendrik Bremmer regelmatig op bezoek kwam. Hij hielp
Zandleven met het verkopen van zijn werk en zijn zoontjes verbleven er
een paar maanden toen hun moeder ziek was.
In die tijd waren huis en tuin nog zoals in de tijd van de Snethlages.
Jan Adam Zandleven
Burgemeester Reynst en zijn verbouwingen
Anders wordt het als het huis in 1913 wordt gekocht door de nieuwe burgemeester
van Hengelo, Jhr. Reynst, een vrijgezel die veel “ontving” en het huis drastisch liet
verbouwen. Daarbij werden o.m. stucplafonds aangebracht in de ingangshal en de
grote kamers links en rechts van de voordeur, werden de gangen belegd met grote
vierkante Bentheimer plavuizen, werden eendere deuren aangebracht, werd een
grote open haard aangelegd met veel siersmeedwerk en mooie tegels in wit, groen
en blauw en een grijs-marmeren schoorsteenmantel. In de grote tuinkamer werd een
plafond voorzien van met de hand gemaakte bladermotieven in reliëf: bladeren van
eiken en elzen, aangebracht in een ovalen krans. Dit werk werd verricht door de
stukadoor-schilder Lenselink. Ook werden kleine kamertjes uitgebroken, de kelder
vergroot en cv aangelegd. Alleen wilde Reynst geen last hebben van brekerijen in
huis, zodat de leidingen gedeeltelijk door de tuin moesten worden aangelegd. In
latere jaren was dat zichtbaar als er sneeuw lag. Ook de tuin werd grondig
aangepakt en opnieuw aangelegd door de bekende tuinarchitect Copijn. In de tuin,
die toen nog tot het raadhuis doorliep, kwamen ook twee grote tuinvazen, één in het
midden en één, een nog grotere,
achterin.
Het Hof ten tijde van
burgemeester Reynst
(achterkant)
En ca.
1960
Burgemeester Van Hoogstraten en zijn gezin
Na het overlijden van Jhr. Reynst in 1936 kwam het huis aan zijn opvolger,
burgemeester Van Hoogstraten en zijn gezin. De Van Hoogstratens hadden vijf
kinderen en daarom volgde weer een grondige verbouwing. Deze keer werd het
zijhuis afgebroken en opnieuw opgebouwd, waarbij de voorgevel van het hoofdhuis
werd doorgetrokken. In het nieuwe bijhuis kwam aan de voorkant een grote garage
en er achter slaapkamertjes voor de kinderen. Een stuk van de keuken moest
plaatsmaken voor een doorgang naar het hoofdhuis. Er kwam een gang en een
portaaltje. Daartoe moest ook de schouw gedeeltelijk worden afgehakt. In het nieuwe
zijgedeelte kwamen ook een tweede zoldertrap en een nieuw stuk zolder, waar nog
twee slaapkamertjes werden gemaakt.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog moest de burgemeester onderduiken en de
familie moest plaatsmaken voor NSB´ers. Na de bevrijding kwam de familie weer
terug.
De Van den Brandelers
Toen de heer Van Hoogstraten in 1956 met pensioen ging, werd het huis verkocht
aan Jhr. en mevrouw Van den Brandeler uit Den Haag. Jhr. van den Brandeler was
met pensioen gegaan en zijn vrouw, van zichzelf een freule Van Randwijck, voelde
zich vanwege haar achtergrond verbonden met Gelderland. Zij lieten de zolder van
een plat dak voorzien en de zakgoten verwijderen.
Het werd gedaan door de
timmerman-aannemer Bretveld.
Het moest ook wel, want als er sneeuw was, kwamen er buren
helpen om met schoppen de sneeuw van het dak te verwijderen
en dat deed men wel voor de burgemeester (en eerder de
domineesfamilie) maar niet voor onbekenden
uit Den Haag. In de tijd van de Van den
Brandelers werd het terrein aan de overkant
van de Hofstraat bebouwd en ook de voortuin
ingekort ter verbreding van de Hofstraat.
Vóóruitzicht tot 1965
Tweede generatie Van den Brandeler op het Hof
Na het overlijden van de Van den Brandelers, in 1970 en 1971,
betrokken hun dochter, de kunstschilderes Agnes, en haar man, haar achterneef
Jhr. Ir. Andries Louis (Didi) van den Brandeler, het huis. In hun tijd werd (1976/77)
weer een restauratie uitgevoerd, onder toezicht van Monumentenzorg. Toen kwamen
ook amateur-opgravers zoeken in de naaste omgeving van het huis. Daarbij werd
aan de Noordkant metselwerk in de grond gevonden, misschien van een vroegere
stal. Men vond ook een groot stuk hardsteen in het tuingedeelte achter het vroegere
bijhuis.
Ook stuitten de opgravers op een put, van boven met nieuwer
metselwerk en ernaast een afvalput vol resten van oud
aardewerk. De afvalput was dichtbij de oude houtschuur
die al op een kaart van 1832 voorkomt; hij werd in 1979
nog wat opgeknapt. Men vond in de wand die naar het huis
toegekeerd staat nog metselwerk, waarschijnlijk van een
bakoven. Ook werden voetjes van “Jacoba”-kannetjes
gevonden en roodbruin met geel beschilderd Hessisch
aardewerk, waarschijnlijk 19e eeuws. Maar ook veel Chinees
en Delfts blauw.
In de tijd van deze tweede generatie Van den Brandeler werd
Vóóruitzicht tot 1965
Opgraafwerk ca. 1976/77
uiteraard ruimte vrijgemaakt voor een atelier, of beter voor
twee, want naast het atelier voor het wereldse werk werd ook
nog een atelier ingericht voor de iconen, waar Agnes van den
Brandeler op zondag aan werkte. Ook Bremmer kwam weer
op bezoek. Het echtpaar hield van schaduw en liet de tuin
verwilderden en het huis werd steeds voller.
De Van den Brandelers hadden geen kinderen en hadden
in 1991 de Agnes van den Brandeler Stichting opgericht.
De bedoeling was het werk van Agnes voor de toekomst te
bewaren en haar naam bekendheid te geven. Wat later
werd ook Het Hof in de stichting ingebracht; dat zou dan
een klein kunstcentrum kunnen worden. Vlak daarna
overleed Jhr. Van den Brandeler; zijn vrouw zou hem in
2002 volgen. Uiteindelijk bleek het kunstcentrum niet
haalbaar. Nadat alles in huis was uitgezocht en
geïnventariseerd, werd door de Agnes van den Brandeler
Stichting een ruim aantal van de werken van Agnes van den Brandeler in bruikleen
gegeven aan het Henriette Polak Museum te Zutphen; andere werden verkocht of in
depot opgeslagen en uiteindelijk werd het huis te koop gezet.

Het is te hopen dat Het Hof spoedig weer een waardige bewoning zal krijgen.

Ik sluit af met een afbeelding van het schilderij dat Agnes van den Brandeler in 1959
maakte van het Hof, in de tijd dat er nog een hek voor een inrit was. Deze inrit is
dichtgemaakt toen de voortuin ingekort werd ten behoeve van verbreding van de
straat. Het schilderij (olieverf op doek, 73,5 bij 90 cm) is in bezit van de Agnes van
den Brandeler Stichting te Amsterdam, die het in bruikleen heeft gegeven aan het
Museum Henriette Polak te Zutphen.
Opgraafwerk ca. 1976/77
Tenslotte: voor dit artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de uitvoerige
beschrijving die ik indertijd van Mevrouw Agnes van den Brandeler-van den
Brandeler mocht ontvangen. Ook Mevrouw Van Hoogstraten-Wigman, de weduwe
van de burgemeester, voorzag mij indertijd van informatie, terwijl ik ook een enkel
gegeven kon ontlenen aan het boek “Altijd heimwee, Agnes van den Brandeler, een
aristocrate in de kunst”, door Ileen Montijn en Alied Ottevanger (Amsterdam, 2009).

Albert Snethlage, juni 2010
Vervolgverhaal van Albert, na zijn bezoek aan het Hof (november 2014):
Ruim vier jaar geleden maakte ik voor de website een verhaal over de geschiedenis van Het Hof, ook wel het Snethlage-huis genoemd, in
Hengelo-Gld.
Het stond toen al een tijd te koop en ik meldde aan het eind van mijn verhaal te hopen dat Het Hof spoedig weer een waardige bewoning
zou krijgen.
Nu, het heeft even geduurd, maar het doet mij enorm veel deugd dat die wens inmiddels volledig in vervulling is gegaan. Onlangs ben ik
daar op bijzonder gastvrije wijze ontvangen door de nieuwe bewoners.
Met heel veel zorg en smaak en niet te vergeten energie hebben zij het huis op een prachtige manier geheel gerenoveerd. Dat was een
niet te onderschatten karwei, want het huis was echt totaal aan vernieuwing en herstel toe. De restauratie heeft dan ook meer dan
anderhalf jaar geduurd. Een bijkomende gelukkige
omstandigheid was dat de vrouw des huizes veel
ervaring had met bouwzaken.
Het Hof is een Rijksmonument, dus de renovatie
moest worden goedgekeurd door de Raad voor het
Cultureel Erfgoed (de vroegere Dienst
Monumentenzorg) en deze renovatie heeft de
toets glansrijk doorstaan. Bij de restauratie bleek
dat het oudste deel van het huis al uit de 16e
eeuw dateert. Dat is de rechterhelft van het
hoofdhuis, dat later naar links werd verdubbeld.
Mooi is ook dat het huis vele moderne technische
snufjes telt, zonder dat je dat merkt of dat het
afbreuk doet aan de sfeer van het huis.
Van de tuin aan de achterkant is een deel
verkocht, maar het is nog steeds een grote en
mooi afgesloten tuin.
Zoals ik mijn het verhaal uit 2010 schreef, stond
op de plaats van het zijstuk aan de linkerkant
aanvankelijk een huis dat wel bij Het Hof hoorde,
maar er niet mee verbonden was. Het werd gebruikt als stal en personeelsverblijf. Toen burgemeester Van Hoogstraten met zijn gezin in
1936 het pand betrok, liet hij dat afbreken en een nieuw zijhuis bouwen dat wel met het hoofdhuis verbonden was. De voorgevel werd op
fraaie wijze doorgetrokken en er kwamen kamertjes voor zijn vijf kinderen.
Die komen nu mooi van pas, want er worden kleinschalige cursussen gegeven,waarbij cursisten blijven overnachten. Op zolder kunnen zo
nodig nog meer kamers gemaakt worden.
Een heel mooie verrassing was dat, toen de nieuwe bewoners het huis gekocht hadden en zij zich in de bouwgeschiedenis verdiepten,
bleek dat de architect van de zo geslaagde verbouwingen uit 1936 G.J Postel uit Lochem was, de grootvader van de vrouw des huizes
was. Het heeft er veel van dat het huis voor deze nieuwe bewoners hen was voorbestemd !
De vrouw des huizes is voornemens om in de hal een bord op te hangen met foto's en documenten uit de geschiedenis van het huis. Ik
kon daar nog enkele foto’s voor aanleveren (waarvan ik kopieën heb voor bij de familiepaperassen), zoals van Hermina Snethlage, die als
laatste van onze familie op Het Hof woonde
Ook prijkt de windvaan met het Snethlage-wapen op het dak, waarvan een tweede exemplaar (het originele ?) in onze familie is.
Zo blijft de herinnering aan de Snethlages ook ter plaatse bewaard.
Lees het vervolgverhaal hier